Shorttracker Jens van ’t Wout klaar voor Olympische topprestaties
Shorttracker Jens van ’t Wout gaat zijn favorietenrol op de Olympische Spelen niet uit de weg. “Ik heb me nog nooit zo goed gevoeld. Ik voel me echt beter dan ooit”, aldus de 24-jarige kopman van de Nederlandse ploeg, die in Milaan op de 500, 1000 en 1500 meter in actie komt en ook kans maakt op eremetaal op de aflossing en gemengde aflossing.
Van ’t Wout maakte op de trainingsbaan van de Milano Ice Skating Arena een sterke indruk. “Als ik achter mij hoor dat mensen met een hand naar het ijs moeten, weet ik dat ik nog een of twee ronden harder moet gaan om ze van mij af te krijgen”, zegt hij lachend. “Ik slaap goed, ik herstel goed en zit met 71,5 kilo op mijn goede gewicht. Mijn lichaam staat echt ‘aan’ op dit moment.”
Een garantie op succes is zijn goede vorm bij het shorttrack niet, weet Van ’t Wout. “Als het hier niet lukt, ligt het in ieder geval niet aan mijn fitheid. Dan komt het door het verloop van een race of door pech. Natuurlijk heb ik wat spanning, je voelt dat het eraan komt.”
Spelen in Beijing
Van ’t Wout komt dinsdag in de voorronden van de 1000 meter voor het eerst in actie. Die dag is ook de eerste medaille te verdienen, op de gemengde aflossing. Vrijdag wacht in stadion San Siro eerst de openingsceremonie, met Van ’t Wout als vlaggendrager. “Ik heb op Papendal al geoefend met Kimberley Bos”, zegt Van ’t Wout over de skeletonster, die tijdens de opening in Cortina d’Ampezzo de Nederlandse vlag draagt. “Ik hoop wel dat we deze keer wind tegen hebben. Bij het oefenen hadden we wind mee en bleef de vlag in de stok hangen. Ik ben benieuwd hoe het is, het wordt mijn eerste openingsceremonie.”
Bij de vorige Spelen in Beijing was Van ’t Wout er al wel bij, maar sloeg hij de ceremonie over, onder meer vanwege de kou. “Het is veel compacter en leuker hier dan vier jaar terug. Natuurlijk speelt onze vrijheid daarin ook een rol”, doelt hij op de destijds geldende beperkingen in China vanwege het coronavirus. “Nu zie je veel meer andere atleten om je heen, zoals de langebaanschaatsers. Daar heb ik er best wat van leren kennen de voorbije jaren. De onderlinge sfeer is goed.”
ANP